lopenfietsen

“Is je fiets gejat?”

“Ben je gek geworden?”

“Ga toch fietsen!”

Zomaar wat reacties. Op 3 september besloot ik weer te gaan lopen. Hardlopen. Vorig jaar rond deze tijd deed ik dat ook, maar op 14 oktober ging het mis. Een overbelaste achillespees en zweepslag in mijn kuit. Schoenen aan de wilgen gehangen, 6.000 kilometer gefietst, door de Dolomieten, over de Mont Ventoux, de Ardennen aangedaan natuurlijk en ook de rondjes in de Gooi –en Vechtstreek weer gemaakt. En nu doe ik het weer, hardlopen. Ik heb zelfs spiksplinternieuwe Nike’s gekocht. Van die fluorescerende groene, die je normaal alleen meisjes van 16 uit de Bijlmer ziet dragen. Maar ze zaten zo lekker, dus wat kon mij het schelen.

Op 3 september liep ik mijn eerste vijf kilometer. Ik vond het loodzwaar. Alsof ik door een rietje moest ademen. Maar op 11 september (de verjaardag van mijn schoonmoeder, maar dat terzijde) al 5,3 kilometer. En op 17 september 7,6, op 22 september 10 kilometer, op 24 september 12,4 en, houd u vast, afgelopen zondag 17,1 kilometer! Nooit gedacht dat ik ooit van m’n leven anderhalf uur zou rennen. En ik doe het allemaal best in een aardig tempo. De Singelloop in Utrecht (10 km) liep ik twee weken terug in 50.30 minuten. En 17 kilometer  in 90 minuten is toch gauw 11,2 gemiddeld.

Ik vind het heerlijk, dat ge-ren. Het is een leuke afwisseling van de fiets. En het is makkelijk. Niks geen banden oppompen, helm op, bidons vullen, veertien kledingstukken aan, remmen en wielen checken… nee, shirt, broek, schoenen aan en gaan. En het scheelt tijd. Een uur hardlopen is al een flinke training, een uur fietsen is voorspel.

Mijn vrienden de wielrenners vinden het maar niets, dat ik nu loop. Het is een beetje Ajax-Feyenoord: of het een, of het ander. Alsof je vreemd gaat. “Je mag dit een maandje doen, maar vanaf november weer fietsen”, liet Paul weten, fietsvriend. “Thomas, Thomas, dit gaat toch niet op twee wielen”, grapte een bevriende boekhandelaar met me. Maar er zijn ook mooie reacties. Ik heb me namelijk ingeschreven voor de halve marathon van Egmond. “Onwijze held!” noemde een fietsende én rennende vriendin me. Beetje overdreven misschien, maar wel motiverend.

Voor de goede orde: ik ben een fietser. Ik ga volgens jaar van Genève naar Nice over 21.000 hoogtemeters. Dat wordt een hele klus. Om ook in de winter in conditie te blijven heb ik mezelf een winterdoel gesteld; de halve marathon van Egmond. En zo blijf ik dus lekker bezig. Laatst zei een vriendin: “Waar gaat dit toe leiden? Een nieuw boek: Ga toch lopen?”

Nou… In navolging van Ga toch fietsen?

Daar ga ik zo eens even goed over nadenken. Op de fiets. Of op m’n fluorescerende groene schoentjes…