“Ja, Bruynesteyn hier!”
Als we dat hoorden op de redactie van Panorama, was het dekking zoeken. Dik Bruynesteyn maakte de tekeningen voor de leukste voetbalrubriek ooit van Nederland, althans dat vonden collega Michiel Blijboom en ik, die hem maakten. Scheel gelachen hebben we toen onze artdirector (met de nadruk op art) Jan Willem Bijl het hoofd van Jan van Halst tot paasei had getransformeerd omdat het dat weekend Pasen was. Of het interview dat we hadden met de bond van kleine mensen omdat Ruud Gullit had gezegd dat de spelers van Ajax niet ver zouden komen in de Champions League aangezien de spelers zo klein waren. Ook interviewde we Dik Bruynesteyn omdat Co Adriaanse als Ajax-trainer zei dat ie een spits zocht, van het type Appie Happie.
Appie Happie, dat was een wat dikke logge spits, altijd een banaan in zijn hand en hij dook vaak op als stripheld in onder andere Het Parool. Na dat interviewde vroegen we Appies geestelijk vader Dik om voor de VoetbalPanorama, zo heette de rubriek, wekelijks een actuele tekening te maken. Dat wilde Dik wel, ook al omdat hij (inmiddels al 73) niet meer zo heel veel gevraagd werd.
De maandagochtenden waren legendarisch. Dan belde Dik, meestal tien minuten ná de deadline. “Ja, Bruynesteyn hier!” En dan wist je dat het even ging duren. Hij zei altijd “..ik wil het niet te lang maken, maar…” en dan kwam er een verhaal met heel veel vertakkigen en bijzaken en randverschijnselen. Dan wilde hij doorverbonden worden met onze fotoredacteur, de later veel te vroeg overleden Laurens Klaver, die hij steevast Laurens Janszoon Klaver noemde. En dan had hij het tegen Laurens over ‘de beelschone jongedame’ die zijn tekening op de computer inkleurde, want daar had hij zelf ‘de ballen verstand van’ . Maar zijn tekeningen, onder het kopje ‘Dik bakt ze Bruyn’ waren altijd leuk. Hoewel, altijd… Dik, zichzelf voorstellend als ambachtelijk tekenaar, was zelf vooral leuk. Warm, hartelijk, gezellig en zo heerlijk lang van stof. En als je heel hard in de telefoon zuchtte om aan te geven dat je nu toch echt weer aan het werk moest, zei Dik steevast: “Gaat ie weer!” En hing dan op.
Ik kreeg gisteren een mailtje van collega Michiel Blijboom, die ik overigens zelden nog zie, we werken tegenwoordig ver bij elkaar vandaan. Michiel mailde alleen maar: “Gaat ie weer….niet meer.” Toen wist ik het meteen. Misschien vertelt Dik binnenkort nog wel een mooi, lang verhaal aan Laurens Janszoon Klaver.
Thomas Braun

3 comments
Zonde dat die vermaledijde ‘jeugd van tegenwoordig’ bij Appie Happie alleen maar aan Albert Heijn denkt en niet aan de Urzaiz-achtige spits van Bruynesteyn. Mooi stukkie, Thomas: je hebt gevoel voor het verleden én oog voor de toekomst.
kippevel
Oei.
Daar was even een traantje op het einde.